Martijn Wanrooij in Masters of LXRY presents The Masters


Martijn Wanrooij
Kunsthandelaar

“Mijn vader is kunsthandelaar - ik ben met kunst opgegroeid, klassieke kunst. Leo van Gestel, Jan Sluijters. Kees van Dongen: dat soort namen. In mijn jeugd ging ik vaak naar musea. Na mijn studie kunstgeschiedenis en na met verschillende veilingmeesters te hebben meegelopen, werd ik expert in de periode 1880 tot 1940. Ik stapte in de zaak van mijn vader. Maar twee kapiteins op één schip werkte niet. Ik ben ook stronteigenwijs. Bovendien was de klassieke kunst voor mij niet dynamisch genoeg. De mensen met wie ik te maken had waren echt van die handelaars. En Ik raakte uitgekeken op al die landschappen en stillevens. In 2005 stopte ik de samenwerking. Dat was een grote stap: er wachtte geen gespreid bedje op me. Ik ben toen een heel andere kant in de kunst opgegaan. In plaats van naar het verleden ging ik naar de toekomst kijken. Mijn kennis van het verleden kwam daarbij wel van pas: dat is de basis die je nodig hebt om te kunnen inschatten of iets nieuw is. Negen van de tien dingen die galeriehouders verkopen, heb ik eerder gezien. Ik wil tonen wat echt nieuw is, wat een verschuiving in de kunst teweegbrengt. Zoals het werk van Joseph Klibansky. Ik heb ontzettend mijn best moeten doen voordat zijn techniek geaccepteerd werd. In 2006 kostte een 'Klibansky' een paar duizend euro, tegenwoordig tussen de 15.000 en 50.000 euro. Hij is een megasucces geworden. We versterken elkaar, gaan allebei tot het uiterste. en dan kan je tot uitzonderlijke hoogtes komen. Naast de beslissing om voor mezelf te gaan werken was de ontdekking van Klibansky een van de belangrijkste momenten uit mijn carrière. En ook de ontdekking van Anna Tas met haar lenticulaire werken. De techniek van een beeld dat beweegt bestaat al langer, maar nooit eerder heeft iemand die zo groot toegepast. Het gaat er niet meer om of iets met verf, potlood of computers is gemaakt, het gaat om het eindresultaat. Al die succesnummers zijn puur toeval. Ik loop ertegenaan. Mijn vrouw zag een fotootje van Klibansky en ik zag meteen dat zijn werk vernieuwend was. Kunstgeschiedenis bestaat uit vakjes: impressionisme, expressionisme, stijlperiode, Cobra-periode... Nu zitten we in het vakje 'mixed media'. Dat hoort in deze tijd. In 2020 moet je als kunstenaar niet terugvallen op de stijl die nu nieuw is. Dan is dat niet meer interessant. Evenmin als een artiest nu zou terugvallen op de stijl van de Cobra-periode. Inmiddels ben ik geaccepteerd door de grote beurzen. Zo kwam ik een keer binnen bij een art society, waar je alleen op uitnodiging kan komen. Ik werd onthaald als een beroemdheid, ze wilden alles van me weten. Waarin ik mij onderscheid? Ik heb een heel duidelijke visie, en dat vind je leuk of niet leuk. Een Turkse klant heeft net alle kunst voor het interieur van zijn jacht bij mij gekocht. Hij vindt mijn lijn dus duidelijk leuk. Masters of LXRY is voor mij een interessant podium omdat ik daar tussen de topmerken sta en er een publiek tref dat van mooie dingen houdt. En daartussen mag kunst niet ontbreken. Het is een mooie gelegenheid om mensen met kunst in aanraking te brengen. Ik kom in heel wat rijke huishoudens: het kan niet op, maar er hangt niets fatsoenlijks aan de muur. Die club wil ik in contact brengen met kunst.”