Interview Designa Magazine Issue 7, Nov 2012


DE KUNST VAN VERNIEUWING

Joseph Klibansky is niet uit het nieuws weg te slaan. De succesvolle ‘digital mixed media artist’ tart de gevestigde orde met zijn utopische kunstwerken, die in zijn brein en op de computer tot stand komen. Een inspirerende ontmoeting tussen drie creatieve geesten.

De Rize Art Gallery in Naarden bestaat uit diverse serene witte ruimtes, waarin niets afleidt van de kunst die er wordt geëxposeerd. De gehele benedenverdieping is ingericht met het werk van Joseph Klibansky. In wiens wereld alles kan. Geen barrières, geen beperkingen. En dus zwemmen er in zijn werk ‘Heavy Traffic’ net zo gemakkelijk goudvissen door de straten van New York als er roze flamingo’s over Time Square vliegen in het doek ‘Garden of Evolution’. De 28-jarige kunstenaar presenteert zich als een man van de wereld. Gesoigneerd, zorgvuldig in de kleren, zorgvuldig met zijn woorden en met een opmerkelijk filosofische kijk op het leven, voor iemand van zijn leeftijd. Klibansky haalde alle kranten toen DJ Armin van Buuren hem opdracht gaf de hoes te ontwerpen van zijn nieuwste album ‘Universal Religion Chapter 6’. Overigens de tweede maal dat de heren op deze manier samenwerken. We staan voor een van Joseph Klibansky’s recentere werken waarin een schijnbaar zwevend, futuristisch bouwwerk zich boven de skyline van een anonieme stad verheft.

Bertram Terpstra: ‘Is dat niet een gebouw van Rem Koolhaas?’

Joseph Klibansky: ‘Ja, dat is het hoofdkantoor van CCTV in Beijing. Koolhaas maakt fantastische ontwerpen. Ruimtegebrek en de extreme grondprijzen in Aziatische steden leiden ertoe dat gebouwen een steeds kleinere footprint krijgen en steeds meer zwevende delen en overspanningen. Dat zie je ook bij dit gebouw.’

Terpstra: ‘Je bouwt fantasiesteden, je maakt een soort smeltkroes van architectuur, cultuur en natuur. Hoe langer je ernaar kijkt, hoe meer je ontdekt.’

Klibansky: ‘Klopt. Ik kies vaak voor de spanning tussen slow nature en city pace. Dat geeft een bepaalde dynamiek. Met opvallende gebouwen en straatgezichten uit de wereldsteden en honderden verschillende beelden creëer ik een nieuwe, intrigerende wereld, precies zoals ik het in mijn hoofd heb. Daarbij maak ik gebruik van een mix van computerkunst, digitale beeldbewerking, grafische technieken en verftechnieken. Als het werk is voltooid, dan wordt het voorzien van een laag liquid glass, met een driedimensionaal effect tot gevolg. Een bijzondere veredelingstechniek die ik mede heb ontwikkeld.’ 

Terpstra: ‘Je werkt op verschillende formaten, maar het liefst groot, zo te zien. Niet iedereen kan dat kwijt boven de bank.’ 

Klibansky: ‘Groot formaat heeft mijn voorkeur. Daarin komt mijn werk het best tot zijn recht. Meestal kies ik voor een kleine oplage van zeven stuks, variërend in formaat. Dan kan iedereen er thuis van genieten.’

Bertram Beerbaum: ‘Voor wie maak jij je kunst, wie zijn je kopers? Of houd je daar geen rekening mee?’
Klibansky: ‘Wie koopt mijn werk… Mensen komen er heel gericht op af, het zijn niet perse museumbezoekers. Ooit dacht ik dat het vooral yuppen zouden zijn die zich door mijn werk aangesproken voelen, maar mijn publiek is veel breder! Mensen krijgen er een positief gevoel van. Er gebeurt veel in mijn creaties, waardoor je er bijna niet aan voorbij kunt lopen. Ik werk vanuit mijn eigen visie. Mijn art en de manier waarop ik werk passen in de tijd waarin ik leef en bij de ontwikkelingen die nu plaatsvinden. Ik verkoop veel van mijn kunst aan grote bedrijven die daarmee laten zien dat zij hip zijn en de heartbeat van de tijd goed aanvoelen. Maar jullie zijn toch ook ontwerpers, kunstenaars?’

Beerbaum: ‘Ontwerpers, ja. Maar wij hebben niet de vrijheid in ons werk die jij hebt als kunstenaar. Wij gaan uit van onze klanten, inventariseren hun wensen en eisen, zodat wij een omgeving kunnen creëren waarin zij prettig kunnen leven.’

Klibansky: ‘Als architect en ontwerper moet je altijd concessies doen, omdat je werk praktisch nut moet hebben. Een gebouw waarin mensen gaan wonen of duizenden mensen moeten werken, moet wel aan bepaalde eisen voldoen! Als kunstenaar heb je daar allemaal niets mee te maken.’

Beerbaum: ‘Hoe ga jij dan om met een opdracht? Met specifieke wensen?

Klibansky: ‘Ik wil altijd vrij zijn om te maken wat ik in mijn hoofd heb. Maar ik kan mijn werk wel aanpassen aan bepaalde wensen. Ik kan er bijvoorbeeld bepaalde objecten in verwerken, waardoor het aansluit bij een corporate identity. Maar als ik er niet achter kan staan, dan doe ik het niet. Mijn idealen verkwansel ik niet.’

Terpstra: ‘Jullie hebben een soort familiebedrijf. Iedereen werkt mee aan het succes.’

Klibansky: ‘Ja, dat klopt. Wij zijn een hecht team. Ik kom uit een erg creatief nest, kunst is mij met de paplepel ingegoten. Op een gegeven moment had ik zoveel ideeën in mijn hoofd, dat ik zelf met compilaties ben gaan experimenteren op de computer. Mijn vader was reclamefotograaf, hij zag wat ik aan het doen was en vond het meteen te gek. Hij helpt mij mijn art op een goede manier te ontwikkelen. Inmiddels heb ik een herkenbare eigen stijl, een eigen signature. Ik creëer beelden die mensen nog nooit hebben gezien. Daarin ga ik steeds een stap verder. Mijn vader is kritisch! Als hij zegt: wat je nu aan het doen bent is crap, dan gaat er een streep door en begin ik opnieuw. Een jaar of drie geleden ben ik stadsgezichten gaan maken, dat sloeg meteen aan. We zien elk jaar groei. Mijn moeder heeft mij op weg geholpen in de kunstwereld. Zij heeft ervoor gezorgd dat ik de juiste mensen leerde kennen en dat mijn werk in de goede art gallery’s kwam te hangen. Mijn schoonzus heeft onze nationale en internationale expansie nog verder uitgebouwd en hierdoor zijn mijn werken nu wereldwijd te verkrijgen. Mijn broer is verantwoordelijk voor de marketing. We doen alles zelf ! Met elkaar hebben we een lange termijn visie ontwikkeld – we gaan niet voor het snelle succes en het snelle geld. Ik ben nu ruim vijf jaar bezig als kunstenaar en wat we hebben bereikt is zorgvuldig opgebouwd. Ik ga echt tot het uiterste om mijn artwork perfect te krijgen. Het maakt mensen namelijk helemaal niets uit of je vier nachten niet hebt geslapen om een werk af te krijgen – ze rekenen je af op wat zij zien!’

Beerbaum: ‘Wat is je volgende stap, als kunstenaar?’

Klibansky: ‘Ik maak al sculpturen, maar dat wil ik vanuit de computer gaan doen. Strakke computerbeelden omzetten in brons. Daar hebben wij een sterk concept voor, dat het toch weer heel anders maakt dan tot nu toe werd gewerkt. Het gaat erom dat het superglad wordt uitgevoerd, zonder blaasjes, zonder een enkele oneffenheid. Ik ben al bij verschillende foundry’s geweest en zij willen allemaal met mij samenwerken omdat zij gecharmeerd zijn van mijn werk en mijn ideeën. Het is belangrijk om met de beste in zee te gaan. Wij hebben zojuist een SLA 3D printer aangeschaft, waarmee ik ga experimenteren. Het idee dat je je eigen kunstobjecten in 3D kunt printen, vind ik ongelooflijk spannend en opwindend! Toen dat apparaat vanmorgen werd afgeleverd, voelde ik mij net een kind met kerstmis. We staan aan het begin van een waanzinnige ontwikkeling!’

Beerbaum: ‘De mogelijkheden van 3D printing zijn ongekend. Het zou de volgende industriële revolutie kunnen zijn.’

Klibansky: ‘Straks kunnen jullie zelf woonunits ontwerpen en printen waar mensen zo in kunnen trekken.’

Beerbaum: ‘Zo ver is het nog niet! Maar, hoe zou jij willen wonen?’

Klibansky: ‘Eén gebouw voor de hele familie. Een atelier van 1.000m2, een gallery van 400m2, 200m2 kantoor en drie penthouses. Het moet wel een heel bijzonder gebouw worden, een echte eyecatcher.’

Terpstra: ‘Jongens, ik moet gaan. Volgens mij moet ik een paar schetsjes maken.’